Wetsvoorstel verbetering poortwachter

Een half jaar na de Wet Verbetring Poortwachter
Wet verbetering poortwachter
bron: min. SZW
Om zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen, komen er normen voor wat werkgever, Arbo-dienst en werknemer minimaal moeten doen aan reïntegratie. Met deze minimumnormen voor inspanningen om werkhervatting te bevorderen, wordt het voor werkgevers en werknemers duidelijker wat van hen concreet aan actie wordt verlangd. Tegelijkertijd wordt het voor de uitvoeringsinstelling eenvoudiger om te toetsen of er voldoende aan reïntegratie is gedaan. Als werkgever en werknemer onvoldoende hun best hebben gedaan, stelt de uitvoeringsinstelling de afhandeling van de WAO-aanvraag maximaal een half jaar uit en wordt de verplichting tot loondoorbetaling van de werkgever verlengd.
Dit staat in het Wetsvoorstel verbetering poortwachter en een bijbehorende concept-regeling van staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met het wetsvoorstel, dat is ingediend bij de Tweede Kamer, wordt beoogd sneller ingrijpen in het eerste ziektejaar te bevorderen en de toeloop op de WAO te beperken (versterking van de zogenoemde poortwachtersfunctie van de uitvoeringsinstelling).
Een belangrijke maatregel uit het wetsvoorstel om de gang van zaken in het eerste ziektejaar te verbeteren is de invoering van een reïntegratieverslag. In dat verslag moeten werkgever en werknemer aan het einde van het eerste jaar verantwoording afleggen over wat zij hebben gedaan om terugkeer naar het werk te bespoedigen.
In de regeling bij het wetsvoorstel is nu uitgewerkt welke stappen er in het eerste ziektejaar minimaal moeten worden gezet om van voldoende reïntegratie-inspanningen te kunnen spreken. De regeling is een uitwerking van afspraken hierover met het veld. Zo wordt voorgeschreven dat de Arbo-dienst bij dreigend langdurig ziekteverzuim binnen zes weken moet onderzoeken wat hieraan kan worden gedaan en werkgever en werknemer hierover adviseren.
Het gaat hierbij onder meer om vast te stellen wat de aard van de klachten is en welke beperkingen hieruit voortvloeien. Ook andere omstandigheden (privé- en/of werkomstandigheden) die van invloed kunnen zijn op het functioneren en de reïntegratie moeten worden beschreven. Als er sprake is van een arbeidsconflict moet dit uitdrukkelijk worden vermeld.
De Arbo-dienst zal aangeven wat de verwachting is ten aanzien van herstel en werkhervatting en welke problemen reïntegratie in de weg kunnen staan. Op basis van onderzoek zal de Arbo-dienst advies uitbrengen aan werkgever en werknemer over de concrete stappen die voor herstel en werkhervatting kunnen worden gezet. Werkgever en werknemer moeten vervolgens binnen twee weken met een plan van aanpak komen. Daarin worden naast afspraken over herstel en werkhervatting ook afspraken vastgelegd over wie het initiatief neemt tot vervolgacties en -gesprekken ('casemanagement').
Door de regeling weten niet alleen werkgever en werknemer beter wat er concreet van hen aan reïntegratie-inspanningen wordt verwacht. Ook de uitvoeringsinstelling krijgt een beter zicht op wat er gedurende dat eerste jaar wel of niet is gedaan aan reïntegratie en kan daardoor beter toetsen of werkgever en werknemer wel voldoende hun best hebben gedaan en of er al dan niet passende arbeid is aangeboden. Blijkt dat niet het geval te zijn, dan kan de uitvoeringsinstelling de WAO-beoordeling een half jaar uitstellen. De werkgever moet dan het loon doorbetalen.
Voorts worden in het wetsvoorstel rechten en plichten van werknemer en werkgever versterkt.
De werknemer krijgt een belangrijke rol bij de totstandkoming van het verslag en zal dit zelf moeten indienen bij de aanvraag van een WAO-uitkering.
De werkgever krijgt het recht het loon tijdens ziekte in te houden als de werknemer weigert mee te werken aan de reïntegratie.
De werknemer en de werkgever krijgen het recht een 'second opinion' te vragen aan de uitvoeringsinstelling over de vraag of er binnen het bedrijf passende arbeid aanwezig is, dan wel of er voldoende reïntegratie-activiteiten worden ontplooid.
De uitvoeringsinstelling toetst het reïntegratieverslag. Als blijkt dat de werkgever niet voldoende heeft gedaan om de werknemer aan het werk te helpen, kan hij worden verplicht het loon maximaal een half jaar langer door te betalen. Blijkt uit het verslag dat de werknemer zich onvoldoende heeft ingespannen, dan wordt de WAO-uitkering geheel of gedeeltelijk geweigerd.
Werkgever en werknemer kunnen gezamenlijk verzoeken de WAO-keuring uit te stellen, bijvoorbeeld als de reïntegratie al vergevorderd is.
|