Print pagina

WIA

Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen

De wet legt het accent op wat mensen nog wel kunnen in plaats van wat zij niet meer kunnen. Dit betekent een breuk met de bestaande arbeidsongeschiktheidswetgeving, waarin de nadruk vooral ligt op inkomensondersteuning. De wet bestaat uit twee delen: de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA).

Aan het eind van het tweede ziektejaar beoordeelt het UWV of beide partijen er alles aan gedaan hebben om de zieke werknemer aan het werk te houden of te krijgen. Als dat het geval is, dan volgt de keuring. Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte (dat is iemand die minder dan 65 procent arbeidsgeschikt is) heeft recht op een uitkering op grond van de WGA. Deze regeling stimuleert werknemers om (meer) te gaan werken omdat het totale inkomen stijgt naarmate iemand meer werkt.

WGA, substantiële beperkingen

De WGA stimuleert ook werkgevers. Zo zijn werkgevers die een gedeeltelijk arbeidsgeschikte aan het werk helpen of houden niet verplicht het loon door te betalen als de betrokkene binnen vijf jaar opnieuw ziek wordt (no risk polis). Het UWV neemt in dat geval de loondoorbetaling over. Daarnaast krijgt een werkgever korting op de premies voor de sociale verzekeringen als hij een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst neemt of houdt.

De WGA kent eerst een op het laatst verdiende loon gebaseerde uitkering. Werkt iemand, dan bedraagt de uitkering 70 procent van het verschil tussen het oude loon en het nieuwe (lagere) loon. Werkt iemand niet, dan is de uitkering 70 procent van het laatstverdiende loon. Bij de berekening van de uitkering geldt een maximum dagloon. De uitkeringsduur is - net als bij de WW - afhankelijk van iemands arbeidsverleden. Na afloop van deze uitkering bestaat recht op een vervolguitkering of een loonaanvulling. Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte die niet werkt of met werk minder dan de helft verdient van wat hij gezien zijn arbeidsbeperking nog zou kunnen verdienen ('resterende verdiencapaciteit'), heeft recht op een vervolguitkering van 70 procent van het minimumloon vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage (dit wordt bepaald aan de hand van de mate van loonverlies dat iemand heeft als gevolg van arbeidsongeschiktheid). Iemand die werkt en daarmee minstens de helft van zijn resterende verdiencapaciteit benut, krijgt een loonaanvulling van 70 procent van het verschil tussen het oude loon en de resterende verdiencapaciteit. De gedeeltelijk arbeidsongeschikte heeft in beginsel tot zijn 65-ste aanspraak op de vervolguitkering of loonaanvulling.

IVA volledig arbeidsongeschikt

Inkomensbescherming Voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, is werkhervatting niet aan de orde. Een werknemer is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt als hij niet meer dan 20 procent van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en hij ook niet meer beter kan worden of de kans daarop heel klein is. Het kabinet vindt het de taak van de overheid om deze groep een redelijke, toekomstbestendige inkomensvoorziening te bieden. De Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) kent een uitkering van 75 procent van het laatstverdiende loon. Mensen die langdurig zijn aangewezen op de IVA krijgen niet te maken met verdere inkomensachteruitgang; hiermee vervalt het zogeheten 'WAO-gat'.

Werknemers die volledig arbeidsongeschikt zijn en een geringe kans op herstel hebben, worden de eerste vijf jaar jaarlijks herkeurd om te bezien of herstel optreedt. Als een dergelijke werknemer op een gegeven ogenblik gedeeltelijk arbeidsgeschikt wordt verklaard, gaat deze over van de IVA naar de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA). Is dat niet het geval, dan blijft men onder de IVA vallen.

Lichte beperkingen

Overige aspecten Werknemers die minder dan 35 procent loonverlies lijden, vallen niet onder de regeling voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten, maar blijven zo veel mogelijk in dienst van de werkgever. De huidige WAO blijft gelden voor bestaande gevallen. Zo'n 300.000 arbeidsongeschikten worden wel vanaf 1 oktober 2004 opnieuw beoordeeld. De volgorde van herbeoordeling vindt plaats op basis van leeftijd. Op die manier wordt bereikt dat jonge mensen met de beste kansen om weer aan het werk te gaan, het eerst aan de beurt komen. Mensen van 50 jaar en ouder worden niet opnieuw gekeurd. De herbeoordeling gebeurt op basis van nieuwe eisen.

Samenvatting:

  • Duurzaam volledig arbeidsongeschikte werknemers
    meer dan 80%

    Alleen werknemers waarbij door middel van een keuring is komen vast te staan dat zijn volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zij krijgen een WAO uitkering. Deze arbeidsongeschikte werknemers komen vanaf de 3de maand van hun verzuim in aanmerking voor een uitkering. De WAO-uitkering wordt uit publieke middelen betaald en bedraagt 75% van het loon.

  • Werknemers met een substantiële arbeidsbeperking
    35 - 80%
    De eerste twee jaar is de werkgever verplicht het loon door te betalen, in het tweede jaar betaalt de werkgever 70% van het loon. In deze periode moet de werkgever en de werknemer zich inspannen om passend werk te vinden binnen of buiten het eigen bedrijf. Na deze periode kunnen er twee situaties ontstaan.

    • Er is geen passend werk gevonden.
      De werkgever betaalt alleen de eventuele uren die de werknemer werkt. De werknemer krijgt een uitkering van het UWV.

    • Er is wel passend werk gevonden.
      Het UWV vult het inkomstenverlies aan.

  • Werknemers met lichte arbeidsbeperkingen
    minder dan 35%

    Deze werknemers blijven "gewoon" indienst bij hun werkgever. Er moet binnen het bedrijf een passende oplossing gevonden worden. Na de periode van verplichte loondoorbetaling is het mogelijk het loon aan de nieuwe functie aan te passen, er kan dan loonverlies ontstaan.


Sitemap. | . E-mail

© ARBO-advies.nl